KouwePotenTocht 2025
Op 24 februari 1963 reden duizenden auto’s over het bevroren IJsselmeer van Stavoren naar Enkhuizen. Halverwege stond op de ijsvlakte een pop-up Shell-benzinestation. Met de klimaatverandering lijkt er een einde aan de ijskoude winters in Nederland te zijn gekomen. De Elfstedentocht is iets voor geschiedenisboekjes, net als kruiend ijs op het IJsselmeer. Voor de KouwePotenTocht 2025 toeren we bibberend door de Achterhoek. Schrijf je snel in en rijd op zaterdag 25 oktober mee met deze unieke toertocht!
Datum: zaterdag 25 oktober 2025
Start- en eindpunt: Lathum (Gelderland)
Afstand: ca. 245 km
Prijs regulier: €60,00 (incl. ticketfee) – let op: géén deurverkoop!
Prijs RIDERS-leden: €54,00 (incl. ticketfee) – let op: je kunt pas boeken voor het gereduceerde tarief nadat je via de e-mail je persoonlijke 10% kortingscode hebt ontvangen
Arrangement: waanzinnige toertocht, inclusief ontvangst met koffie en gebak, lunch en diner
Thema: De nieuwe IJstijd (zie tekst onderaan)
Route: deelnemers die zich vóór 17 oktober inschrijven, ontvangen op vrijdag 17 oktober de route (GPX) via de e-mail. Deelnemers die zich na deze datum inschrijven, ontvangen de route last-minute voor de toertocht (indien er nog plek is, vol=vol). Vragen over de route kun je stellen via ridersclub@motor.nl.
Thema KouwePotenToch 2025: De nieuwe IJstijd
Let op dit is puur de thematekst en geeft een achtergrondverhaal van de toertocht. De exacte horecalocaties ontvang je in de briefing die een week van tevoren wordt toegestuurd.
Daar ligt-ie dan. De zwerfkei die in 1984 in het Winterswijkse buurtschap Meddo als de grootste steen van Nederland werd gevonden. Nu ligt het gevaarte tussen kleinere knikkers en een fontein op het plein voor het gemeentehuis van Winterswijk. Tijdens de laatste IJstijd, zo’n slordige 150.000 jaar geleden, schoven de gletsjers uit Scandinavië helemaal naar de Achterhoek en ze namen deze meer dan 40.000 kilo zware steen met zich mee.
In Winterswijk (nomen et omen) werd de allerlaagste temperatuur in Nederland ooit gemeten (www.kouderecordwinterswijk.nl). Op 27 januari 1942 klokte schoolmeester Jaap Langedijk maar liefst min 27,4 graden. Een beeldje van hem staat bij de ingang van de Winterswijkse ijsbaan, daar begint onze route dus. In de Achterhoek is het altijd net even heter, kouder of droger dan in de rest van het land. De koude lucht die vanuit Rusland over Polen en Duitsland komt, bereikt eerder de Achterhoek dan het westen, waar de warme golfstroom van de zee voor een milder klimaat zorgt. Maar over de grens in Duitsland is het vaak nóg kouder. De Bovenslinge bij Winterswijk staat bekend als een van de koudste plekken van Nederland, al zal het snelstromende water bij de Berenschotse watermolen ’s winters niet zo snel bevriezen.
Onderduikers
Eindeloze kilometers asfalt slingeren maar door tussen hoge bomen langs de weg, bossen en akker- en coulisselandschap. Het sprookjesachtige decor kon voor een filmset door Anton Pieck zijn ontworpen. En de soundtrack komt van Vance & Hines. De route dringt steeds dieper door in het bos- en veengebied van Woold. Weer een steen op een presenteerblaadje. Deze herdenkt de tankslag in het Woold op 30 maart 1945. De Duitsers boden fel verzet tegen het oprukkende Geallieerde leger. Aan Duitse kant sneuvelden zestien soldaten, waarvan er zeven minderjarig waren, en negen Britten.
In Aalten waren in de Tweede Wereldoorlog tientallen gezinnen uit Scheveningen gehuisvest, die door de Duitsers van de kust waren verdreven door de bouw van de Atlantikwall. Tussen zoveel vreemden vielen de onderduikers misschien minder snel op. Veel jongemannen verstopten zich, om te ontkomen aan de verplichte Arbeidsdienst in Duitsland. Er zaten ook joden, verzetslieden, ontsnapte krijgsgevangenen en neergeschoten Geallieerde piloten ondergedoken in kelders, schuren, holen en hooibergen. In 40-45 was zo’n vijf procent van de Nederlanders ondergedoken, maar in Aalten was dat vier keer zo veel.
In Varsselder trekt een wolharige mammoet de aandacht. Hij staat op een foto aan de muur van bezoekerscentrum Min40Celcius, gewijd aan de fascinerende ontstaans- en wordingsgeschiedenis van het Achterhoekse landschap. Van Oerknal tot IJstijden en daarna. Binnen prijken fossielen en botten van uitgestorven diersoorten, ze hebben zelfs het skelet van een prehistorische neushoorn opgebouwd. Ooit klotste in de Achterhoek een tropische zee, zoals tanden van haaien en walvissen bewijzen. Toen kwamen de IJstijden. Bij de laatste daarvan, 150.000 jaar geleden dus, schoven honderden meters hoge gletsjers over Nederland. Die namen wat stenen mee die lukraak langs de KouwePotenTocht staan opgesteld. Die ijskappen schuurden het landschap en duwden het hier en daar omhoog, zoals onderweg in het landschap te zien is.
Aan de Rijksweg tussen Gaanderen en Doetinchem staan kwetsbare planten er ’s winters warmpjes bij in de Orangerie de Pol. Maar in het bos aan de overkant van de weg ging het er in de koude winter van 1944 anders aan toe. Daar hadden Marius Muller en Eed Mijnen in een uitgegraven hol de Russische krijgsgevangenen Andrej en Sasjka voor de nazi’s verborgen. Ze waren bang dat hun voetsporen in de sneeuw ze zou verraden. Maar toen werden de twee Ruski’s gevonden door Bernard Belterman uit Silvolde. Het gezin Belterman verstopte de twee Russen thuis op zolder tot de bevrijding in 1945. De Achterhoek staat bol van dergelijke verzetsverhalen.
Vrieshuisje en ijskelders
In Vierakker toont Henk Garristen het coöperatieve vrieshuisje De Vliegehoek aan de IJsselstraat. Vroeger hadden mensen thuis geen vriezers en stonden er veel van dergelijke vrieshuisjes in het land. Nog steeds is dit exemplaar uit 1959 in gebruik bij mensen uit de wijde omtrek die er hun voorraden in opslaan in een uniek roterend systeem van vrieslades. Vijfenvijftig leden stouwen de 128 lades vol, die nu nog op gas maar straks met zonnepanelen worden gekoeld tot ver onder het vriespunt.
Rond Vorden liggen acht kastelen met uitgestrekte tuinen. Daarin lagen ijskelders ingegraven, waarin ’s winters ijs werd geschoffeld zodat voedsel ook in de warmere maanden kon worden geconserveerd. Maar rond de slotgracht van Huis Baak is nergens de beloofde ijskelder uit de achttiende eeuw te vinden. Misschien hebben ze op het kasteel wel gewoon een ijskast gekocht en kon de kelder worden gedempt.
Het kleinste stadje van Nederland heeft een onwaarschijnlijk hoog Anton Pieck-gehalte. Het paradijselijke aspect van Bronkhorst wordt nog versterkt door appelboomgaarden. Individuele rijders pakken vanaf Bronkhorst het pontje over de IJssel naar Brummen. In groepsverband is de IJsselbrug van Doesburg een betere optie. Op de westoever liggen minder steden die door de Hanze groot zijn geworden. Daardoor is er meer ruimte voor onbekommerd motorrijden, zoals iedereen zelf kan constateren met een slinger door Havikerwaard.
Wijnbouw
Dankzij de opwarming van onze aarde krijgt de wijnbouw steeds meer mogelijkheden in Nederland. Maar hoe zit het met de ijswijn? Om die te maken moeten de druiven ’s morgens vroeg in bevroren toestand worden geplukt. Dat moet bij zeven tot acht graden vorst. De druiven moeten dan meteen worden geperst. Als alles meezit krijg je dan een goddelijke nectar, een intens smaakvolle wijn, met milde alcohol maar veel suiker. Ideaal voor een glaasje bij het dessert. Duitsland, Tsjechië en Oostenrijk zijn ijswijnproducenten. Maar in Europa wordt door de milde winters van de laatste jaren steeds minder ijswijn gemaakt. Daar hebben Youp en Riet Cretier van wijngaard Hof te Dieren wat op gevonden. Ze vriezen de geplukte druiven in en persen die dan in bevroren toestand uit. Het resultaat noemen ze dan ‘artificiële ijswijn’ en die wordt in handige kleine flesjes in de wijngaardwinkel verkocht, naast hun andere gebottelde wijnen. De mens past zich aan de natuur aan.
Want die laat zich niet altijd beteugelen. Terwijl meester Jan in 1942 zijn dieptepuntrecord opmat vroor de Duitse opmars aan het oostfront vast. De winter was ook in Rusland dat jaar ongemeen streng. De Duitsers hadden aan alles gebrek, vooral aan winteruniformen, maar ook aan munitie en brandstof. Koning Winter keerde het tij van de Tweede Wereldoorlog bij Moskou en Stalingrad. Zulke koude winters kennen we niet meer. De winter van 1963 was over de hele linie gemeten met een gemiddelde van min 3 graden de koudste winter in Nederland ooit. Toen reden de auto’s dus over het IJsselmeer. Heeft iemand dat ook op de motor gedaan? De laatste winter met een gemiddelde temperatuur onder het vriespunt was in 1996, maar tegenwoordig ligt de gemiddelde wintertemperatuur op een paar graden boven nul. De handvatverwarming hoeft ’s winters niet meer in de hoogste stand.
Amper nog onderscheid
Na de geborgenheid van de Achterhoekse bossen rond Winterswijk werkt het landschap op de linkeroever van de IJssel extra ruimtelijk. De Wilhelminabrug van Deventer zet mens en motor weer over op de rechter IJsseloever. De kade is behoorlijk volgebouwd en er staat nergens een authentieke koek-en-zopie. Met die klimaatverschuiving van tegenwoordig kan straks geen mens meer in Nederland op natuurijs schaatsen. Die van Deventer trekken zich dan van spijt de wolharen uit de ijsmuts van spijt dat ze hun kunstijsbaan hebben gesloopt. Dat IJsselstadion werd in 1962 opgeleverd, vlak na de opening van de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Dankzij de IJsselhal kreeg Nederland weer belangrijke internationale wedstrijden toegewezen. Grootheden als Ard Schenk, Kees Verkerk, Fred Anton Maier en Stien Kaiser vierden er triomfen. Dat is nu allemaal ook geschiedenis. Wordt het kouderecord van Winterswijk ooit nog verbroken? Schoolmeester Jaap Langedijk dacht in 2002 van niet. In een kranteninterview zei hij: ‘Ik verwacht niet dat het record ooit nog zal sneuvelen. De winters zijn immers vandaag de dag lang niet meer zo koud als toen. Dat komt door de techniek. Die heeft het klimaat verwoest. Tegenwoordig is er amper nog onderscheid in de seizoenen. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer er geen auto’s meer zouden rijden het klimaat weer zoals vroeger wordt. Niet van de ene op de andere dag, maar op een termijn van een jaartje of vijf.’ Als we aan zijn wensen tegemoet zouden komen, kan het over vijf jaar best wel weer kouder zijn. Maar dan doen we de KouwePotenTocht op de fiets, omdat de motor in het museum staat…
Zin om mee te rijden? Schrijf je snel in!
—
Wat is een Clubtocht en wat krijg ik voor mijn inschrijfgeld?
De clubtochten van RIDERS zijn all-inclusive toertochten waarbij doorgewinterde routemakers je iedere keer weer verrassen. Je ontdekt nieuwe wegen, ook in gebieden waar je zelf al bekend bent. Stuk voor stuk hebben ze een bijzonder thema.
Na inschrijving ontvang je een week voor de toertocht de route, zodat je goed voorbereid aan de start kun verschijnen. Je rijdt de route alleen, of in je eigen groepje. Uiteraard kun je ook bij een ander aansluiten. Kortom, het gaat er heel gemoedelijk aan toe en we rijden niet in grote groepen. Bij de tussenstops is het daarentegen een gezellig samenzijn. Iedereen is welkom, van jong tot oud, ongeacht de motor waarop je rijdt.
Met het inschrijfgeld zorgen we voor goede en gastvrije horecalocaties. De start begint doorgaans met lekkere koffie en gebak. Vervolgens krijg je een lunch en volledig verzorgd diner. Ons motto is dat iedere motorrijder na een clubtocht een kilo zwaarder huiswaarts keert.
Ticketpoint is het officiële verkooppunt voor tickets van de KouwePotenTocht 2025.